Menu

Lucas Gassel is getogen in Helmond. Als zoon van een schilder groeit hij op met penseel en palet. In 1520 eeuw trekt de jonge schilder naar de Zuidelijke Nederlanden. In die inspirerende omgeving vindt hij geestverwanten. Bij de Antwerpse School voelt hij zich thuis. Daar, en later in Brussel, ontwikkelt hij zijn talent als landschapsschilder.

Het landschap doorgrond

Lucas Gassel is de eerste landschapsschilder van nationale bodem die het landschap centraal stelt. Hij gebruikt het niet louter als decorum, maar zoekt mogelijkheden om de schoonheid van het landschap zelf te doorgronden. Lucas Gassel schildert in de traditie van de late middeleeuwen, maar voegt elementen uit de nieuwe tijd toe. Hij schildert vergezichten vol bergen, rivieren, bossen, wegen, kastelen en dorpen. Vaak bevolkt met piepkleine schepen, boeren of dieren. Hij draagt eraan bij dat in de schilderkunst een kanteling plaatsvindt in de benadering van het landschap.

Portret van de schilder Lucas Gassel, Johannes Wierix, 1572

Meester van het landschap

In 1569 overlijdt Lucas Gassel; een schilder van Brabantse bodem die voor een ware vernieuwing binnen de schilderkunst zorgde en zich ontwikkelde tot meester van het landschap. Daarmee plaatsen we hem in lijn van bekendere meesters van Brabantse bodem: Jeroen Bosch en Vincent van Gogh.

Lucas Gassel, een mensenmens

Hij was niet de enige schilder van het wereldlandschap, Joachim Patinir, Herrie met de Bles, Jan van Amstel en anderen hebben ook laten zien  dat ze de verschillende landschappen van de wereld kenden en hoe je die, hoe verschillend ze ook waren, tot een geloofwaardig geheel kon maken. Toch waren ze niet hetzelfde. Terwijl van de landschappen van Patinir een zekere dreiging uit ging, waren die van De Bles wonderlijk en die  van Gassel vriendelijk. 

Maar Gassel onderscheidde zich ook op een andere manier van zijn collega’s. Naast een Bijbelse voorstelling bevolkte hij zijn landschappen met tijdgenoten. Hij liet zien dat hij een scherp observator van  de samenleving was. Alle rangen en standen zijn in zijn landschappen aanwezig: de adel, de geestelijkheid, de burgers, de vissers, de herders en de boeren.  Je herkent ze duidelijk aan datgene waar ze mee bezig zijn. Want ook daarin laat de Helmondse schilder zien dat hij zijn medemensen kent. Hij heeft vooral belangstelling voor de gewone mens en de gebeurtenissen van alledag. De vissers die met hun boot ternauwernood aan de storm ontsnappen, de handelsreiziger die zijn koopwaar over een zandpad zeult, de boer die ploegt en de herder die zijn kudde hoedt. Soms gaat Gassel nog gedetailleerder tewerk. In het schilderij Juda en Tamar (Kunsthistorisches Museum Wenen) laat hij bij voorbeeld zien hoe het scheren van de schapen in zijn werk gaat. De herders wassen de dieren eerst in een nabij gelegen rivier. Daarna worden de poten bij elkaar geboden. Dan gaan ze naar een “scheerstraat” waar vouwen in  rijen tegenover elkaar zitten en de dieren van hun warme jas ontdoen. Tussen de rijen liggen bergen wol. Gassel legt, wat in de literatuur nauwelijks aan de orde komt, ook een nauwkeurig tijdsbeeld vast waarin de mens centraal staat. Hij is een mensenmens.